home
menu

Nageslacht van Pieter de Monnick

next
next

Namenindex (52 personen)    Nederlands    Engels

Bij het ontbreken van geboortedatum en/of doopdatum kan de volgorde van kinderen alfabetisch/willekeurig zijn.


I Pieter de Monnick is geboren vóór 1640.
Kind van Pieter uit een onbekende relatie:
1 Frans de Munnik. Volgt II.
II Frans de Munnik, zoon van Pieter de Monnick. Hij is gedoopt op zondag 29-02-1660 in Leiden. Bij de geboorte/doop van Frans: Hooglandsche Kerk. Frans trouwde met Sara Hollebeek.
Kinderen van Frans en Sara:
1 Pieter de Munnik. Hij is gedoopt op zondag 22-01-1696 in Leiden.
2 Sara de Munnik. Zij is gedoopt op maandag 08-06-1699 in Leiden. Bij de geboorte/doop van Sara: doopgetuige: Jonas Tijke.
3 Pieter de Munnik. Hij is gedoopt op woensdag 28-02-1703 in Leiden.
4 Pieter de Munnik. Hij is gedoopt op vrijdag 19-11-1706 in Leiden.
5 Daniël de Munnik. Volgt III.
III Daniël de Munnik, zoon van Frans de Munnik en Sara Hollebeek. Hij is gedoopt op dinsdag 04-07-1713 in Leiden. Bij de geboorte/doop van Daniël: Hooglandsche Kerk. Daniël: kinderen van deze Daniel de Munnik? Overledenen N.n. N.n. 2 kinderen van Daniel de Munnik Plaats Rotterdam Datum begraven 14-12-1744 Opmerkingen overledenen waren respectievelijk 3,5 en 1,5 jaar; Santstraat over Trouwsteeg Bron DTB Rotterdam Begraven. Daniël trouwde met Jannetje Sieva(a)l.
Kinderen van Daniël en Jannetje:
1 Frans de Munck (Munnik). Volgt IV.
2 Susanna de Munnik. Zij is gedoopt op maandag 03-10-1740 in Leiden.
3 Susanna de Munnik. Zij is gedoopt op donderdag 03-01-1743 in Leiden.
4 Elisabeth de Munnik. Zij is gedoopt op zondag 26-09-1745 in Leiden.
5 Sara de Munnik. Zij is gedoopt op woensdag 14-06-1747 in Leiden.
6 Anthoon de Munnik. Hij is gedoopt op woensdag 05-03-1749 in Leiden.
7 Daniël de Munnik. Hij is gedoopt op donderdag 12-11-1750 in Leiden.
8 Johannes de Munnik. Hij is gedoopt op zondag 16-01-1752 in Leiden.
9 Jacoba de Munnik. Zij is gedoopt op zondag 08-07-1753 in Leiden.
10 Daniël de Munnik. Hij is gedoopt op donderdag 24-06-1756 in Leiden.
IV Frans de Munck (Munnik), zoon van Daniël de Munnik en Jannetje Sieva(a)l. Hij is gedoopt op donderdag 19-02-1739 in Leiden. Bij de geboorte/doop van Frans: Hooglandsche Kerk, doopgetuigen: Antoon Sievaal en Santje Ruitenbeek. Frans trouwde met Marija Romeijn, nadat zij op vrijdag 29-04-1763 in ondertrouw zijn gegaan. Zij is gedoopt op zondag 31-10-1734 in Leiden. Bij de geboorte/doop van Marija: Hooglandsche Kerk, doopgetuige: Maria de Rijke. Marija: dochter van Ary Romeijn en Hendrina van Wilthuijsen (1708).
Kinderen van Frans en Marija:
1 Daniël de Munck. Hij is gedoopt op zondag 18-03-1764 in Leiden.
2 Hendrina de Munck. Zij is gedoopt op zondag 17-03-1771 in Leiden. Bij de geboorte/doop van Hendrina: doopgetuigen: Arie Romeijn.
3 Anthonij de Munck (Munnik). Volgt V.
V Anthonij de Munck (Munnik), zoon van Frans de Munck (Munnik) en Marija Romeijn. Hij is gedoopt op dinsdag 23-02-1773 in Leiden. Bij de geboorte/doop van Anthonij: Marekerk, doopgetuigen: Antonij de Munnik en Elisabeth Voormeulen. Anthonij trouwde met Joanna Lepelaar, nadat zij op vrijdag 29-06-1792 in ondertrouw zijn gegaan. Het kerkelijk huwelijk vond plaats op zondag 15-07-1792 in Leiden [bron: geneanet]. Zij is gedoopt op zondag 21-05-1775 in Leiden. Bij de geboorte/doop van Joanna: doopgetuigen: Bastiaan Vilders, Gerritje Stafleu. Joanna: dochter van Abraham Lepelaar (1740-1800) en Johanna (Anna) Stafleu (1735).
Kinderen van Anthonij en Joanna:
1 Frans de Munnik. Hij is gedoopt op donderdag 11-10-1792 in Leiden.
2 Abraham de Munnik. Volgt VI.
VI Abraham de Munnik, zoon van Anthonij de Munck (Munnik) en Joanna Lepelaar. Hij is gedoopt op donderdag 03-04-1806 in Leiden. Woonplaats: Dolhuissteeg, Leiden. Abraham trouwde op donderdag 07-09-1826 in Leiden met Gijsje van der Zeeuw, 18 jaar oud, nadat zij op vrijdag 25-08-1826 in Leiden in ondertrouw zijn gegaan. Gijsje is geboren op donderdag 18-02-1808 in Leiden. Zij is gedoopt op zondag 21-02-1808 in Leiden. Bij de geboorte/doop van Gijsje: Loodskerk, doopgetuigen: Hendrik van der Zeeuw en Gijsje van der Zanden. Beroep: schoonmaakster. Gijsje: dochter van Hendrik van der Zeeuw (1771) en Geertruij Loots.
Kinderen van Abraham en Gijsje:
1 Hendrik de Munnik, geboren op dinsdag 27-12-1836 in Leiden. Volgt VII-a.
2 Geertrui de Munnik, geboren omstreeks 1838 in Leiden. Volgt VII-b.
VII-a Hendrik de Munnik is geboren op dinsdag 27-12-1836 in Leiden, zoon van Abraham de Munnik en Gijsje van der Zeeuw. Woonplaats: (bij geboorte: Dolhuissteeg; bij trouwen: Duizendraadsteeg). Beroep: steenhouwer. Hendrik: naam bij trouwen: Munnink. Hendrik trouwde, 24 jaar oud, op woensdag 06-11-1861 in Leiden met Jacoba Maria Sinteur, 25 jaar oud, nadat zij op vrijdag 25-10-1861 in Leiden in ondertrouw zijn gegaan. Jacoba Maria is geboren op zondag 13-03-1836 in Leiden. Beroep: dienstbode. Jacoba Maria: dochter van Nicolaas Sinteur (1804-1846) en Clasina Bodee (1810).
Kinderen van Hendrik en Jacoba Maria:
1 Abram de Munnik, geboren omstreeks 1867 in Leiden. Volgt VIII-a.
2 Jacoba Maria de Munnik, geboren op donderdag 14-11-1872 in Leiden. Volgt VIII-b.
3 Gijsberta Geertruida de Munnik, geboren op dinsdag 03-08-1875 in Leiden. Volgt VIII-c.
4 Anthonie de Munnik, geboren in 1878 in Leiden. Volgt VIII-d.
VII-b Geertrui de Munnik is geboren omstreeks 1838 in Leiden, dochter van Abraham de Munnik en Gijsje van der Zeeuw. Geertrui is overleden op zondag 14-02-1886 in Leiderdorp, ongeveer 48 jaar oud [bron: genlias akte 11]. Geertrui trouwde, ongeveer 35 jaar oud, op woensdag 11-06-1873 in Leiden met Cornelis Jacobus van Vliet. Beroep: schipper.
Kinderen van Geertrui en Cornelis Jacobus:
1 Geertrui van Vliet, geboren op zondag 16-12-1877 in Leiderdorp [bron: genlias akte 107].
2 Cornelis Jacobus van Vliet, geboren op woensdag 17-03-1880 in Leiderdorp [bron: genlias akte 32]. Cornelis Jacobus is overleden op zaterdag 20-08-1898 in Leiderdorp, 18 jaar oud [bron: genlias akte 23]. Woonplaats: Leiden. Beroep: timmerman.
VIII-a Abram de Munnik is geboren omstreeks 1867 in Leiden, zoon van Hendrik de Munnik en Jacoba Maria Sinteur. Abram is overleden op vrijdag 28-05-1943 in Soest, ongeveer 76 jaar oud. Van het overlijden is aangifte gedaan op zaterdag 29-05-1943 [bron: genlias akte 129]. Beroep: matroos. Abram:
(1) trouwde met Johanna Wilhelmina Hovestad.
(2) trouwde, ongeveer 33 jaar oud, op donderdag 05-04-1900 in Den Helder [bron: genlias akte 34] met Anna Maria Schröder, 25 jaar oud. Anna Maria is geboren in 1875 in Amsterdam. Anna Maria: dochter van Johan Heinrich Georg Schröder en Adriana Hein.

VIII-b Jacoba Maria de Munnik is geboren op donderdag 14-11-1872 in Leiden, dochter van Hendrik de Munnik en Jacoba Maria Sinteur. Jacoba Maria is overleden op woensdag 18-02-1953 in Hilversum, 80 jaar oud. Jacoba Maria trouwde, 25 jaar oud, op woensdag 26-01-1898 in Amsterdam met Johan Christiaan Frederik Delcour, 26 jaar oud. Johan komt met zijn broer Jean mee met de stoomdrukkerij en binderij "DeBlaauwe Werelt" naar Hilversum. Na het huwelijk verhuist het echtpaar naar de Palmstraat 29. Johan en Jean begonnen een binderij voor zichzelf, eerst in de Palmstraat 9, laterop nummer 33. Daarna in de Heerenstraat 14, naast de Harmonie, nu City bioscoop. En zo'n 3 jaar later naar Heerenstraat 38. In 1919 kunnen ze vaneen vriend, de heer Hermes, het pand Heerenstraat 34a en 34b kopen: a iswoongedeelte, b is boekbinderij. Jacoba verhuist voorjaar 1930 naar de Jacob Catsstraat 5 en later dat jaar naar de Ziniastraat 33. Bron: Truus Scheffer-Delcour. Johan Christiaan Frederik is geboren op vrijdag 12-01-1872 in Amsterdam. Johan Christiaan Frederik is overleden op dinsdag 04-05-1926 in Hilversum, 54 jaar oud. Beroep: boekbinder. Johan Christiaan Frederik: zoon van Jean Delcour (1839-1882) en Magdalena Johanna Hoogensteijn (1844-1890).
Kinderen van Jacoba Maria en Johan Christiaan Frederik:
1 Geertruida Francisca (Truus) Delcour (privé).
2 Jacobus Marinus (Ko) Delcour (privé).
3 Jean (Jan) Delcour (privé).
4 Johan Christiaan Frederik (Chris) Delcour (privé).
5 Hendrik Jacobus (Henk) Delcour (privé). Henk trouwde met Jansina Hoeben (privé).
VIII-c Gijsberta Geertruida de Munnik is geboren op dinsdag 03-08-1875 in Leiden, dochter van Hendrik de Munnik en Jacoba Maria Sinteur. Gijsberta Geertruida is overleden omstreeks 1940 in Delft, ongeveer 65 jaar oud. Beroep: linnennaaister. Gijsberta Geertruida trouwde, 32 jaar oud, op woensdag 20-11-1907 in Utrecht [bron: genlias akte 792] met Bernard Daniel Guillaume Charles Reijndorp, 37 jaar oud. de kinderen erkend bij het huwelijk. Bernard Daniel Guillaume Charles is geboren op donderdag 28-04-1870 in Haarlem. Bernard Daniel Guillaume Charles is overleden op maandag 30-01-1950 in Delft, 79 jaar oud. Van het overlijden is aangifte gedaan [bron: genlias akte 89 Delft]. Woonplaats: Den Haag. Beroep: klerk bij het departement van Binnenlandse Zaken. Bernard Daniel Guillaume Charles: zoon van Jacobus Franciscus Reijndorp (1844-1927) en Bernardina Petronella Wilhelmina Johanna Metz (ca 1844-<1896) NOTE: Reijndorp, B. Periode: 1916-1934 Total Size : 0.12 m. Biographical/historical note : Reijndorp, Bernard Daniel Guillaume Charles, geboren Haarlem 1870, overleden Delft 1950; Van beroep schrijver bij het CBS; lid van SDB en Socialistenbond, Vrije Socialisten Vereeniging enlater SDAP; vrijdenker, spreker, medewerker aan De Syndicalist, De Vrijdenker, redacteur van (De) Anarchist; schreef brochures onder andere overG. Landauer en E. Malatesta en het boek 'In de greep van het Barbarisme'. REYNDORP, Bernard Daniël Guillaume Charles anarcho-socialistisch filosoof en vrijdenker, is geboren te Haarlem op28 april 1870 en overleden te Delft op 30 januari 1950. Hij was de zoon van Jacobus Franciscus Reyndorp, haarkapper en artist, en Bernardina Petronella Wilhelmina Johanna Mertz. Op 21 mei 1895 ging hij samenwonen en op20 november 1907 trad hij in het huwelijk met Gijsberta Geertruida de Munnik, linnennaaister, met wie hij zes dochters en twee zonen kreeg. Reyndorp, afkomstig uit een kappersfamilie, had volgens zijn eerste biograaf W.H. Vliegen enigszins een bohémien-afkomst. Zijn vader was eerst kappersbediende en maakte daarna deel uit van allerlei variété-gezelschappen, die de kermissen in Nederland en België afreisden. Een oud-oom in Haarlem voedde Reyndorp in een streng rooms-katholiek en kleinburgerlijk milieu op. Op twaalfjarige leeftijd kreeg hij werk in een sigarenfabriek. Een paar jaar later werd hij letterzetter. Reyndorp, een verwoed lezer, raakte door het lezen van Multatuli en De Dageraad voorgoed van het christelijk geloof af. In 1920 zou hij Multatuli's honderdste geboortejaar herdenken in De Nieuwe Amsterdammer. Hij leerde zichzelf Duits, Frans en Engels, zodat hij L. Büchner, G. Landauer, Ch. Darwin en P.J. Proudhon in de oorspronkelijke taal kon lezen. Het lezen van het Radicaal Weekblad en Recht voor Allen bracht hem tot het socialisme. In 1889 sloot hij zich aan bij de afdeling Beverwijk van de Sociaal-Democratische Bond (SDB). Hij schreef voor Recht voor Allen en voor Het Volksblad, dat in dat jaar ten behoeve van de Zaanstreek werd opgezet. Hij was korte tijd Volksblad-redacteur maar verloor die functie omdat hij te radicaal was. Hij verzette zichheftig tegen de steun van de SDB aan de sociaal-liberaal K. de Boer Cz. bij de Tweede Kamerverkiezingen. Reyndorp onderging intussen de invloed van Landauer, die met M. Schippel en P. Kampffmeyer vond dat de Duitse socialistische partij steeds meer in 'reformistisch' vaarwater raakte, en vertaalde Landauer in het Nederlands: Een weg tot bevrijding der arbeidende klasse (Amsterdam 1894). Hij verdiepte zich in het opkomende anarchisme en kwam in contact met de Nederlandse anarchist J. Methöfer. Deze overgang naar het anarchisme betekende dat de afdeling Haarlem van de SDB, waarbij Reyndorp nog aangesloten was, hem wegens desorganiserend optreden royeerde. Hij schreef nu in Licht en Waarheid, het anarchistische blad van de gewezen dominee W. Meng, maar ook in het daarvan afgesplitste, gelijknamige blad van J. Sterringa. In 1894 was Reyndorp korte tijd redacteur van het blad Anarchist en eind 1895, begin 1896 verzorgde hij enkele nummers van de opvolger De Anarchist. Toen Sterringa hem eind 1896 in de gelegenheid stelde diens An-archie over te nemen, weigerde Reyndorp. Eind1897 verscheen An-archie opnieuw, nu wel met Reyndorp in de redactie, maar het blad kon het niet bolwerken en verdween in 1899. Reyndorp was inde jaren negentig een veel gevraagd spreker. Met succes propageerde hij het anarchisme in Oost-Groningen. Zo sprak hij er met Meng over de martelaren van Chicago. In 1894 sprak hij samen met Tj. Luitjes en Methöfer in Amsterdam voor de anarchistengroep Zelfstandigheid. Reyndorp raakte tijdelijk gedesillusioneerd in het anarchisme, omdat hij niet hield van het persoonlijk aanvallen van tegenstanders, zoals F. Domela Nieuwenhuis en S.W. Coltof deden. Hij argumenteerde liever en ergerde zich aan de wijze waarop zij P.J. Troelstra tijdens de Hogerhuiszaak verdacht maakten. Zelf kreeg Reyndorp het met Domela aan de stok toen hij als expediteur van Recht voor Allen om een hogere vergoeding vroeg en deze hem dat kortaf weigerde. In 1897 sloot Reyndorp zich korte tijd aan bij de Amsterdamse VrijeSocialistenvereeniging en in 1898 trad hij toe tot de Socialistenbond. Begin juli sprak hij met Domela en Luitjes in Arnhem. Het weer was toen zoslecht dat zij onder het propagandabord 'eigendom is diefstal' moesten schuilen. Eind 1898 stapte Reyndorp, die in januari van dat jaar in Recht voor Allen geschreven had dat revolutionairen en parlementairen op den duur naarelkaar toe zouden groeien, over naar de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP). Domela meende dat zijn keuze gebaseerd was op het feit dat hij bij de sociaal-democraten een baantje kon krijgen. Inderdaad werkte Reyndorp vanaf 1898 als redacteur bij De Sociaal-Democraat en in 1900 korte tijd bij de opvolger Het Volk. Ook werkte hij mee aan De Jonge Gids van H. Heijermans. Bij de Kamerverkiezingen in 1901 stond Reyndorp voorde SDAP te Elst kandidaat. Hij kreeg er 124 stemmen. Vliegen typeerde hem als 'een eenigszins onpraktische bespiegelaar, geen man van de realiteit, en dus geen organisator van den eersten rang'. Reyndorp voelde zichop den duur ook niet thuis ij de SDAP en omstreeks 1905 keerde hij terugnaar het sociaal-anarchisme. Van Kampffmeyer bracht hij een nieuwe vertaling uit: Veranderingen in de theorie en tactiek der sociaal-democratie (Rotterdam 1905). Reyndorp vestigde zich als boekhandelaar te Den Haag en was daar betrokken bij de verkoop van de onafhankelijke, socialistische krant Het Volksdagblad. In 1907 jaar sprak hij op een grote landelijke demonstratie van de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging (IAMV)te Den Haag. In hetzelfde jaar bezocht hij het internationale anarchistencongres in Amsterdam, waar hij de door hem bewonderde R. Rocker leerde kennen. Toen het sinds 1907 weer verschenen blad van de Landelijke Federatie van Vrijheidslievende Communisten De Vrije Communist in 1908 over de kop ging, kreeg Reyndorp het aanbod om redacteur te worden van het Zeeuwse blad De Toekomst. Maar Domela keerde zich hier tegen omdat hij Reyndorp een windvaan vond. Toen deze op zijn beurt Domela aanviel, ging de functie niet door. De opvattingen die Reyndorp ontwikkeld had in Het anarchistisch-socialisme en de economische actie (Amsterdam 1906) maakten dat hij nu voor linkse vakverenigingen optrad. Zo sprak hij in 1909 te Amsterdam over dat onderwerp voor de Nederlandsche Federatieve Bond van Kleermakers, terwijl dr. J. Rutgers er sprak over hygiëne in de huisindustrie. Reyndorp stond in deze tijd onder de sterke invloed van G. Kapteyn-Muysken, die thuis een bont gezelschap van sociaal bewogen intellectuelen, sociale hervormers en anarchisten ontving, onder wie Domela, B. de Ligt enC. Wichmann. Ook Reyndorp, die later een bewonderende biografische schets van Kapteyn-Muysken schreef in de postume uitgave van haar Revolutieen weder-geboorte, Nagelaten handschrift (Blaricum 1921, pp. 119-52), kwam er. Vanaf 1907 publiceerde Reyndorp in De Vrije Gedachte, het weekblad dat verbonden was aan de vrijdenkersvereniging De Dageraad. Hij keerde zich hierin tegen vrijdenkers die gebroken hadden 'met de vooroordelen van de theologie' maar zich overgaven 'aan de dogmatiek van het koudematerialisme'. Hij kon nog wel waardering opbrengen voor L. Feuerbach enE. Haeckel, maar niet voor hun volgelingen. Reyndorp bestudeerde het 'Al-leven' en onder invloed van Kapteyn-Muysken sprak en schreef hij voor DeDageraad over 'Geestelijke evolutie en de vrije gedachte'. De Eerste Wereldoorlog schokte Reyndorp diep en in 1916 keerde het jaarlijkse congres van De Dageraad zich op aandringen van Reyndorp tegen het militarisme in woord en geschrift. Op het derde internationale anti-militaristische congres in 1921 te Den Haag verhaalde hij nog vol trots over deze tijd. Hij meende dat het militarisme de vrije persoonlijkheid vernietigde en het laagste uit de mens naar boven haalde. Tijdens de oorlog publiceerde Reyndorp in De Vrije Gedachte een reeks artikelen, die gebundeld zijn meest bekende boek zouden vormen: In de greep van het barbarisme, Een sociaal-psychologische diagnose van den wereldoorlog (Amsterdam 1916). Reyndorp was door zijn wetenschappelijke belangstelling al vroeg in contact gekomen met nieuwe wetenschappen als sociologie en sociale psychologie. Via Landauer was hij beïnvloed door de organische sociologie van F.Tönnies en de neo-romantische sociologie van O. Spann. In navolging van zijn voorbeelden beschouwde hij de samenleving als een organische eenheid. Het ideaal bestond uit vele gemeenschappen van harmonieus samenwerkende mensen met als basis een cultuur van geestelijke vrijheid. Noch de opstaatsingrijpen georiënteerde sociaal-democratie, noch het individueel anarchisme voldeden volgens Reyndorp aan dit ideaal. In zijn sociaal-wetenschappelijke beschouwingen gaf hij blijk van grote belezenheid. Hij bewonderde graag en veel, zoals blijkt uit wat hij over I. Kant, A. Schopenhauer en A. Comte schreef. Van marxisten moest hij niets hebben, omdat zij geen verklaring gaven voor het verschijnsel dat de arbeiders bereid warenelkaar uit te moorden. K. Marx daarentegen bewonderde hij zeer omdat diehad bijgedragen aan 'de psycho-physische opvatting en verdieping der wetenschap van de menschelijke maatschappij'. Reyndorp verklaarde het uitbreken van de wereldoorlog sociaal-psychologisch. Het kapitalisme had tot uitsluitend zakelijke, materiële en daardoor onmenselijke verhoudingen geleid. Zijn belangstelling voor de sociale psychologie werd gedeeld door pacifisten en anarchisten als De Ligt en A.R. de Jong. Allen waren geschokt door de uitwerking die oorlog op het gedrag van beschaafde mensen had en meenden dat de primitieve driften die bij de oorlog te voorschijn kwamen gesublimeerd moesten worden in de klassenstrijd, teneinde een positieve aanwending te krijgen. Onder deze sublimatie viel ook dienstweigeren. Omdat de individuele persoonlijkheid een grote plaats in het politiek handelen kreeg, paste deze toepassing van Freudiaanse ideeën goed bij anarchisten als Reyndorp. Reyndorp, die een maatschappelijk marginaal bestaan leidde, had moeitede kost te verdienen. Nadat hij in de boekhandel was mislukt, bezorgde Kapteyn-Muysken hem na de oorlog via Wichmann een baan als schrijver bij het Centraal Bureau voor de Statistiek. Daar sleet Reyndorp vele jaren met het zetten van streepjes op statistiekkaarten betreffende sexuele criminaliteit. Zijn middagpauze bracht hij door met het lezen van boeken inde nabijgelegen Koninklijke Bibliotheek. In 1919 stelde De Dageraad zichonder leiding van J. Hoving op een positief-atheïstisch standpunt. Reyndorp ondersteunde dat streven in De Vrijdenker. Op de jaarvergadering vande Dageraad sloot hij zich aan bij Hovings verklaring van de wereldoorlog uit het 'ontzaggelijk tekort aan geestelijke en moreele persoonlijkheid, aan karakter en overtuiging' van de mensheid. Atheïst-zijn was geen ontkenning maar een positieve erkenning 'dat menszijn onmogelijk is zolangde mens zichzelf vernedert en geestelijk laat onderdrukken door het geloof'. Reyndorp werd voor enkele jaren in het hoofdbestuur van de vrijdenkersvereniging gekozen. Dit was de enige bestuursfunctie in zijn lange leven. Na het overlijden van Domela Nieuwenhuis in november 1919 herdacht Reyndorp hem herhaalde malen in bladen als De Arbeider en De Wapens neder.In Een strijder voor vrijheid en gerechtigheid: Errico Malatesta (Amersfoort z.j.) ging hij in op de revolutie in Rusland en wees hij de dictatuur van de bolsjewistische partij af. Reyndorp sloot zich aan bij de in 1920 opgerichte Bond van Religieuze Anarcho-Communisten (BRAC) en werkte mee aan het blad De Vrije Communist (na 1931 heette de BRAC Bond van Anarcho-Socialisten met als orgaan Bevrijding; ook hieraan werkte Reyndorp mee). Voorts publiceerde hij in het anarchistische maandblad Alarm, dat van1922 tot 1926 uitkwam, daarna van 1927 tot 1928 in de opvolger De NieuweCultuur, die maar kortstondig bestond. Nadat zijn twee beschermvrouwen Kapteyn-Muysken en Wichmann kort achter elkaar in 1920 en 1921 overleden waren, werd Reyndorp een eenzame en wat op de achtergrond geraakte figuur.In 1927, toen stemmen opgingen om hem te betrekken bij het blad Klassenstrijd, wist H. Roland Holst niet goed wie hij was. Reyndorp was nog wel actief (hij schreef in het jaarlijkse Internationaal Anti-Militaristisch Jaarboek en trad op als spreker van de IAMV) maar hij verpieterde geleidelijk aan in de Haagse Geraniumstraat. In 1940 schreef Reyndorp nog een levensbeschrijving van Landauer voor de vertaling van diens Oproep tot socialisme, dat met een voorwoord van Roland Holst verscheen (Amsterdam 1940).Daarna verduisterde zijn geest. De dood van zijn vrouw en de nieuwe wereldoorlog brachten hem uiteindelijk geestelijk uit zijn evenwicht. Op straat begon hij luidkeels te verkondigen dat hij anti-militarist was. In 1943 werd hij in een gesticht te Delft opgenomen. Daar organiseerde hij politieke bijeenkomsten voor de andere patiënten, die hij langdurig toesprak. Na de oorlog leefde Reyndorp, blind geworden, nog tot begin 1950. Bijzijn overlijden schreef De Vlam: 'De naam Reyndorp met de daaraan verbonden persoon is voor de jonge generatie volkomen onbekend', maar eens heeft deze man 'met grote ernst en volkomen overgave gewerkt ... aan de vrijmaking van de geest'. -------------------------------------------------------------------------------- ARCHIEF: Archief B.D.G.C. Reyndorp in IISG (Amsterdam; vgl. Campfens2, 317). Publikaties: M. Schippel, De ekonomische revolutie en de ontwikkeling der sociaal-demokratie (Groningen 1900; vertaling uit het Duits); L. Gumplowicz, Huwelijk en vrije liefde (Amsterdam 1901; vertaling uit het Duits); Ziekten onzer samenleving: misdaad en prostitutie (Amsterdam 1904; bewerking uit het Duits); 'Het genie van de daad' in: Gedenkboek ter gelegenheid van den 70sten verjaardag van F. Domela Nieuwenhuis 31 december 1916 (Amsterdam 1916) 116-8; Rudolf Rocker en zijn oorlogsherinneringen (z.pl. z.j.; ook in: R. Rocker, Achter prikkeldraad en tralies, Amsterdam 1936, I-XI); 'Herinneringen aan Dr. H.P. Berlage' in: Bevrijding, 1934, 131-2. Literatuur: Vliegen, Dageraad II, 211-4; Vliegen, Kracht I, 46, 48, 424;J. Giesen, Nieuwe geschiedenis. Het antimilitarisme van de daad in Nederland. (Rotterdam 1923); B. de Ligt, 'B. Reyndorp zestig jaar' in: Bevrijding, 2e jrg., mei 1930, 8; J.F. Ankersmit, Een halve eeuw journalistiek (Amsterdam 1937); 'In memoriam B. Reyndorp' in: De Vrijdenker 11.2.1950; J.B. Meijer, 'Aan onze vriend B. Reyndorp' in: Socialisme van onder op!, 18.2.1950; T. Rot, 'B. Reyndorp' in: De Vlam, 18.2.1950; A. Constandse, 'Bij de dood van B. Reijndorp' in: De Vrijdenker, 4.3.1950; R. Rocker, Ausden Memoiren eines deutschen Anarchisten (Frankfurt am Main 1974) 230;P. Spigt, 'B. Reijndorp 1871-1950' in: O. Noordenbos, P. Spigt, Atheismeen vrijdenken in Nederland (Nijmegen 1976) 219-22; H. Ramaer, De piramide der tirannie (Amsterdam 1977); H.J. Scheffer, Het Volksdagblad (Den Haag 1981); A. Constandse, De bron waaruit ik gedronken heb (Amsterdam 1985); P. Hoekman, J. Houkes, O. Knottnerus, Een eeuw socialisme en arbeidersbeweging in Groningen 1885-1985 (Groningen 1986); S. Thissen, 'Monismeen vitalisme in de libertaire beweging: een biografische tekst van Bernard Damme (1864-1953)' in: Eerste Jaarboek Anarchisme (Moerkapelle 1994) 77-106; H. Noordegraaf, Niet met de wapenen der barbaren. Het christen-socialisme van Bart de Ligt (Baarn 1994); J. Houkes, 'Willem Meng en zijn verenigingen "Het Vrije Woord" en "Wie denkt Overwint"' in: BNA, nr. 37, maart 1995, 19-40; 'Waarom schrijf je nooit meer?'. Briefwisseling Henriette Roland Holst-Henk Sneevliet (Amsterdam 1996) 373-4. Portret: Bernard Daniël Guillaume Charles Reyndorp, IISG Contents : Aantekeningen voor en manuscripten van boeken, brochures, artikelen en lezingen; enkele brieven, o.a. van A.B. Soep.
Kinderen van Gijsberta Geertruida en Bernard Daniel Guillaume Charles:
1 Gijsberta Reijndorp, geboren op maandag 26-11-1894 in Haarlem.
2 Johanna Reijndorp, geboren op zaterdag 10-12-1898 in Amsterdam.
3 Jacoba Reijndorp, geboren op zondag 12-08-1900 in Rotterdam. Volgt IX-b.
VIII-d Anthonie de Munnik is geboren in 1878 in Leiden, zoon van Hendrik de Munnik en Jacoba Maria Sinteur. Beroep: stucadoor. Anthonie trouwde, 25 jaar oud, op woensdag 01-07-1903 in Bussum [bron: genlias akte 27] met Bertha Krijnen, ongeveer 23 jaar oud. Het huwelijk werd ontbonden op donderdag 17-03-1921 (echtscheiding) [bron: vonnis Arrondissementsrechtbank, akte 72 dd 02-08-1921 Bussum]. Bertha is geboren omstreeks 1880 in Bussum. Bertha: dochter van Jacobus Krijnen (ca 1849), metselaar, en Wilhelmina van der Linden (ca 1852); getrouwd (2) op 13-12-1922 te Bussum met Frans Somerwil(ca 1895), gescheiden op 22-09-1928.

IX-b Jacoba Reijndorp is geboren op zondag 12-08-1900 in Rotterdam, dochter van Bernard Daniel Guillaume Charles Reijndorp en Gijsberta Geertruida de Munnik. Jacoba trouwde, 27 jaar oud, op woensdag 31-08-1927 in Amsterdam met Jan Charles Engelsbel, 25 jaar oud. Jan Charles is geboren in 1902 in Amsterdam. Beroep: timmerman. Jan Charles: zoon van Karel Louis Engelsbel, opzichter gemeente waterleidingen, en Gerardina Jacoba Solkes.

Index (52 personen)

Achternaam Voornamen Geboren Gedoopt Overleden Relatie(s)
Delcour Geertruida Francisca (privé)      
Delcour Hendrik Jacobus (privé)      
Delcour Jacobus Marinus (privé)      
Delcour Jean (privé)      
Delcour Johan Christiaan Frederik (privé)      
Delcour Johan Christiaan Frederik 12-01-1872   04-05-1926 [Partner van VIII-b]
Engelsbel Jan Charles 1902     [Partner van IX-b]
Hoeben Jansina (privé)      
Hollebeek Sara       [Partner van II]
Hovestad Johanna Wilhelmina       [Partner van VIII-a]
Krijnen Bertha ±1880     [Partner van VIII-d]
Lepelaar Joanna   21-05-1775   [Partner van V]
de Monnick Pieter <1640     Nummer I
de Munck Daniël   18-03-1764   [Zoon van IV]
de Munck Hendrina   17-03-1771   [Dochter van IV]
de Munck (Munnik) Anthonij   23-02-1773   Nummer V
de Munck (Munnik) Frans   19-02-1739   Nummer IV
de Munnik Abraham   03-04-1806   Nummer VI
de Munnik Abram ±1867   28-05-1943 Nummer VIII-a
de Munnik Anthonie 1878     Nummer VIII-d
de Munnik Anthoon   05-03-1749   [Zoon van III]
de Munnik Daniël   04-07-1713   Nummer III
de Munnik Daniël   12-11-1750   [Zoon van III]
de Munnik Daniël   24-06-1756   [Zoon van III]
de Munnik Elisabeth   26-09-1745   [Dochter van III]
de Munnik Frans   29-02-1660   Nummer II
de Munnik Frans   11-10-1792   [Zoon van V]
de Munnik Geertrui ±1838   14-02-1886 Nummer VII-b
de Munnik Gijsberta Geertruida 03-08-1875   ±1940 Nummer VIII-c
de Munnik Hendrik 27-12-1836     Nummer VII-a
de Munnik Jacoba   08-07-1753   [Dochter van III]
de Munnik Jacoba Maria 14-11-1872   18-02-1953 Nummer VIII-b
de Munnik Johannes   16-01-1752   [Zoon van III]
de Munnik Pieter   22-01-1696   [Zoon van II]
de Munnik Pieter   28-02-1703   [Zoon van II]
de Munnik Pieter   19-11-1706   [Zoon van II]
de Munnik Sara   08-06-1699   [Dochter van II]
de Munnik Sara   14-06-1747   [Dochter van III]
de Munnik Susanna   03-10-1740   [Dochter van III]
de Munnik Susanna   03-01-1743   [Dochter van III]
Reijndorp Bernard Daniel Guillaume Charles 28-04-1870   30-01-1950 [Partner van VIII-c]
Reijndorp Gijsberta 26-11-1894     [Dochter van VIII-c]
Reijndorp Jacoba 12-08-1900     Nummer IX-b
Reijndorp Johanna 10-12-1898     [Dochter van VIII-c]
Romeijn Marija   31-10-1734   [Partner van IV]
Schröder Anna Maria 1875     [Partner van VIII-a]
Sieva(a)l Jannetje       [Partner van III]
Sinteur Jacoba Maria 13-03-1836     [Partner van VII-a]
van Vliet Cornelis Jacobus       [Partner van VII-b]
van Vliet Cornelis Jacobus 17-03-1880   20-08-1898 [Zoon van VII-b]
van Vliet Geertrui 16-12-1877     [Dochter van VII-b]
van der Zeeuw Gijsje 18-02-1808 21-02-1808   [Partner van VI]
Aldfaer Gegenereerd met Aldfaer versie 4.2 (met aangepaste rapportgenerator) op 09-01-2011.

Privé: van de met (privé) gemerkte personen worden niet alle gegevens weergegeven in verband met bescherming van persoonsgegevens.

Vermelde bronnen:

Klik hier
Click here
 @  om een reactie te sturen
to send a reaction

IntroductieHome | Welkom | Verantwoording | Bronnen en Links
GenealogieTekstoverzichten | Grafische overzichten | Verwante families
DiversenAchtergronden | Familiewapens | VOC | Andere info (geen genealogie)